De berichten en columns in dit archief zijn gemaakt vóór verpleegkundigen en dóór verpleegkundigen. Je vindt hier informatie over verplegen en m.n. verplegen in de psychiatrie. Maar ook gezondheid en gezondheidszorg komen aan bod en verder alles wat met het beroep van verpleegkundige te maken heeft. Lees verder over de archieven >>


zondag 30 oktober 2005

Nursing Event 2005

Het vakblad Nursing voor verpleegkundigen, organiseert op dinsdag 13 en woensdag 14 december 2005 in het World Trade Center te Rotterdam de grootste beurs voor verpleegkundigen bezoeken: het Nursing Event.

Krachtig Verenigd

De koepelorganisatie AVVV is bezig haar krachten te bundelen. Daartoe is het project Krachtig Verenigd gelanceerd.

woensdag 26 oktober 2005

Intervisie ...

Hoe doe ik intervisie?
Dat doe ik een beetje zenuwachtig, want nu wordt er van mij verwacht dat ik vertel hoe ik met cliënten omga, wat ik wel of niet zeg, hoe mijn bejegening is, maar ook wat ik oploop in het contact met de cliënt. Intervisie is een teamoverleg waarbij vooral het persoonlijk functioneren ter sprake wordt gebracht; de persoonlijke beleving van de hulpverleners.

Daar zit ik dan, maar ben wel goed voorbereid. Ik heb een casus geschreven en die deel ik uit vlak voor het begin van de intervisie. Het gaat over een cliëntengroep van acht mannen en vrouwen, waarin de rollen en posities al een paar weken muurvast liggen. Sommige cliënten hebben in die groep het hoogste woord, anderen kijken meestal toe of luisteren met een half oor. Het is aan de sociotherapeuten om beweging in die groep te krijgen, want de groep werkt niet.

Er worden vragen gesteld over mijn casus. Overbodige vragen vind ik, ik voel de weerstand van de aanwezigen om er echt op in te willen gaan. Sommige vragen snijden hout en die beantwoord ik.
Tijdens de intervisie valt op hoe er vooral commentaar wordt gegeven op de posities en rollen van de cliënten. De vooroordelen over de cliënten vliegen over tafel, want iedereen herkent wel een 'lastige' cliënt. Het is allemaal logisch dat er geen beweging in de cliëntengroep zit, want 'hij' praat altijd zo veel en 'zij' luistert nooit. Vooralsnog geen woord over de rol en de positie van de twee sociotherapeuten, die de groep begeleiden.

De hamvraag is natuurlijk: wat doen wij met dit gegeven? Hoe lossen we dit op? Hoe pakken we dit professioneel aan? De neiging bestaat om te psychologiseren en te vergeten dat Jan Remmerswaal een bestseller heeft geschreven: 'Handboek Groepsdynamica', waarin tig manieren staan, die je kan toepassen in dit soort situaties, of hoe je ze kan voorkomen.
Maar hebben we die kennis paraat? Weten we nog welke interventies we kunnen toepassen om beweging in de groep te krijgen? Waar zijn de inhoudsinterventies, de procesinterventies? Vragen we door naar gevoelens, durven we directieven te geven en rechtstreekse feedback? Leveren wij cognitieve inbreng? Passen we beschermingsinterventies toe?

Tjee, wat een theorie, het ging toch over de persoonlijke beleving van de hulpverlener? Natuurlijk, maar die valt of staat bij onze theoretische kennis en onze praktische kunde.
We zitten in de groep wel als 'relatiedeskundigen' zoals ooit een docent sociotherapie doceerde op een SPH-opleiding. Dan moeten we wel wat in huis hebben en niet vervallen in wijzen naar de cliënt, maar kijken naar onszelf. Dan moeten we durven zeggen, dat we het even helemaal niet weten, dat we ons geblokkeerd voelen om effectief de groep te begeleiden. Dan moeten we durven toe te geven, dat de theorie ver weg is gezakt, waardoor we mede oorzaak zijn van een vastgelopen cliëntengroep.

Dat is een beschamend persoonlijk functioneren, dat we niet zo makkelijk durven toe te geven tijdens de intervisie. We pakken nog maar eens een koekje en schenken de koffiemokken opnieuw vol. Maar dan opeens begint een collega te verhalen over een studiedag over werken met groepen, waar zij zich gisteren nog mee heeft opgefrist. Vol vuur en energie vertelt zij over haar blinde vlekken waarmee zij geconfronteerd werd en hoeveel energie zij kreeg van weer even alles op een rijtje voorgeschoteld te krijgen, waardoor je met nieuw elan en nieuwe energie de groep weer in en aankan.

Hè, dat hadden we net even nodig, de energie slaat over en spontaan beginnen we echt te vertellen over onze persoonlijke belevingen, die spannend, ontroerend, een beetje bang klinken of ontwapenend zijn.
"Wie bereidt de volgende intervisie voor?" klinkt het later enthousiast.

dinsdag 25 oktober 2005

Schizofreniepatiënten kunnen stabiel zijn

Schizofrenie is nog steeds niet te genezen. Maar de schizofreniepatiënten hoeven ook niet meer levenslang genoegen te nemen met een streven naar zoveel mogelijk ?stabiele periodes?, zonder al te veel psychiatische aanvallen. Lees verder >>>

zondag 23 oktober 2005

Welkom Paul Delfgaauw

Paul is deze week begonnen als redacteur en columnist bij de B-verpleegpost. Hij heeft lange ervaring in het vak en een uitgebreide verzameling relevante diploma's. Hij wil zijn meningen over de gezondheidszorg en de psychiatrie graag delen en schrijft met plezier over de beleving van ons beroep van binnenuit. Lees zijn herkenbare, eerste column "Veranderen".
Paul is sociotherapeut bij Stichting Centrum '45 in Oegstgeest.

woensdag 19 oktober 2005

Presenteren van projecten steeds belangrijker

Presenteren en op een congres vertellen over de projecten waar je als verpleegkundige mee bezig bent, wordt steeds belangrijker voor je professionalisering en de ontwikkeling van het vak.Lees verder...

maandag 17 oktober 2005

Al bekend met Cogis?

Stichting Cogis is het Landelijke Kenniscentrum Vervolging, Oorlog en Geweld, op 1 januari 2005 opgericht door Centrum '45, het Sinai Centrum en voormalig ICODO.
Binnen Cogis zijn alle activiteiten van het ICODO, en de onderzoeksprojekten en cursussen van Sinai Centrum en Centrum '45 samengebracht. Door de bundeling van kennis en ervaring biedt Cogis veel informatie.

Veranderen ...

Hoe verander ik?
Altijd van mening geweest dat de hele wereld moet veranderen en ineens blijkt dat ik zelf ook aan verandering toe ben. Ik kijk altijd om me heen op mijn werk met zo'n innovatieve blik. Het kan altijd anders, het moet altijd beter. Wel een dynamisch gevoel; ik verveel me nooit. Aan mijn 'gewone' werk kom ik altijd toe. Dat gaat bijna vanzelfsprekend, zonder dat ik op de automatische piloot ga. Hoewel, soms betrap ik mij erop dat ik wel erg 'standaard' reageer op cliënten en op mijn collega's. Tja, dan zit ik vast in een 'positie' en een 'rol', zoals dat zo mooi heet in vakjargon. Cliënten wil ik daar uit halen, terwijl ik zelf in mijn schuttersputje blijf zitten. Het bekende verhaal van de splinter en de balk.

Ik ben mij gelukkig vaak bewust van mijn eigen rol, en toch vind ik regelmatig mezelf terug in een situatie waarvan ik denk: Hé, hoe ben ik in vredesnaam hierin terecht gekomen?! Ineens, in een conflict bijvoorbeeld, met een collega. Voordat ik het weet raak ik in een discussie die ik niet heb gewild, of althans liever in een andere vorm had gezien. Gewoon, een gesprek over een verschil van mening, en niet gelijk een oplaaiend debat met steeds hardere woorden, die er slechts voor zorgen dat we elkaar niet meer verstaan.

Tegenwoordig stop ik dan. Ik zeg, nu praat ik even niet verder, en betrap mezelf erop dat ik ineens mijn mok koffie stevig vasthoud om mijn trillende handen te verbergen. Ik voel de adrenaline stromen en mezelf wegvloeien. Als de ander accepteert dat ik de discussie niet wil en kan voortzetten ga ik snel naar het toilet om even bij te komen. Koud water in mijn gezicht, mijn ademhaling reguleren, en gewoon even plassen, want dat voelt als een soort aderlating, waardoor ik uiteindelijk weer tot mezelf kom.

Met frisse energie kom ik dan weer terug op de plaats van conflict. Daar is de situatie inmiddels weer helemaal veranderd, want het werk gaat door: de telefoon gaat, een cliënt komt wat vragen, een therapeut geeft informatie, de computer is weer eens op zwart gevallen.

Met dubbele energie stort ik me dan op de computer om hem weer aan de praat te krijgen, wat altijd lukt als ik dat ding twintig seconden helemaal uit heb gezet. Zelfs apparaten kunnen op tilt gaan en hebben even een stop nodig om daarna weer te kunnen functioneren.

dinsdag 11 oktober 2005

Ingebeelde lelijkheid

Body Dysmorphic Disorder (BDD), de eerste Nederlandse site over de somatoforme stoornissen, m.n. ingebeelde lelijkheid.
De site bevat wetenschappelijke publicaties die aangeleverd worden door de afdeling psychiatrie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Het andere deel van de site is meer gericht op lotgenoten en betrokkenen.

zondag 9 oktober 2005

Huisregels en autonomie

"De verpleegkundige schept een situatie waarin de patiënt zich overeenkomstig zijn levensbeschouwing en gewoonten, waarden en normen kan gedragen".
(Uit de Beroepscode van Nu'91)

Huisregels versus autonomie zoals de beroepscode bedoelt, ze gaan niet samen. Moeten we de huisregels afschaffen als we de code serieus nemen? Mijn antwoord is: ja. Weg ermee, ze zijn betuttelend en zetten aan tot agressie. Huisregels ontnemen mensen hun basisrechten, hun zelfzorgvermogen, en veroorzaken behalve agressie- ook regressie. Daarbij zetten de huisregels ons als verpleegkundige in een vervelende positie. We hebben het vak niet gekozen omdat we het zo leuk vinden om regels te bewaken. Hoe vaak horen we onszelf niet zeggen 'het is niet de bedoeling dat ...', 'je kent de afspraken Piet ...', en met de afspraken bedoelen we de huisregels. Maar de huisregels zijn niet samen met Piet gemaakt, het is maar wat je een afspraak noemt.
Waar gaan de huisregels over? Over van alles en nog wat: seks, drugs, alcohol, bezoek, telefoon, medicijnen, kleding, slapen, eten, enz. Van die dingen die alles te maken hebben met de gewoontes van mensen. De gewoontes die we volgens de beroepscode moeten koesteren, we moeten zelfs een situatie scheppen waarin de patiënt zich overeenkomstig zijn gewoontes, waarden en normen kan gedragen. Niet volgens de onze.

Ja maar, wordt het dan geen enorme puinhoop als we de huisregels afschaffen? Nee, het wordt geen puinhoop als we de huisregels afschaffen, het wordt zelfs minder een puinhoop. Maar dan moet er natuurlijk wel wat voor in de plaats komen. Bij Emergis in Zeeland gingen ze het experiment aan. Op een afdeling voor chronische patiënten waar veel agressie-incidenten voorkwamen. Collectieve regels rond bezoek- en slaaptijden, alcohol, geluidsoverlast, agressie, seks, enzovoort, werden losgelaten. Maar doorvoor kwam wel wat in de plaats: als een patiënt bijvoorbeeld problemen heeft met zijn dag- en nachtritme, of overmatig alcohol gebruikt, dan worden daar in overleg met hem of haar afspraken over gemaakt. Dan gaat het echt over afspraken, die sámen worden gemaakt, over een probleem wat de individuéle patiënt heeft. Die afspraken worden opgenomen in het zorgplan. Precies waar ze horen. Met de interventies erbij om de patiënt te helpen zich aan de afspraak te houden. Vaak weet de patiënt precies wat goed voor hem is, en wat de verpleegkundige het beste kan doen om hem te helpen zich daaraan te houden. Schrijf dat vooral op, daar is niets mis mee. Eigen normen en waarden van de patiënt worden dan juíst bewaakt.

Is het wel werkbaar voor verpleegkundigen, als voor elke patiënt weer andere afspraken gelden? Het blijkt heel werkbaar te zijn. Verpleegkundigen kunnen weer doen waarvoor ze zijn aangenomen: patiënten begeleiden bij het invullen van hun leven. En het met de patiënt bespreken als dat even niet lukt, om samen te kijken hoe het wél kan gaan lukken. Successen vieren en mislukkingen verwerken in een sfeer van zoveel mogelijk gelijkwaardigheid. Achter huisregels kan je je verschuilen als verpleegkundige. Je hoeft het gesprek niet aan, je bent er niet verantwoordelijk voor, je hoeft ze alleen maar te handhaven. Het vergt moed om huisregels los te laten, angstige mensen willen duidelijkheid, controle, regels. Laten we lef tonen en ze afschaffen. Kijken of het inderdaad zo goed werkt als ze daar in Zeeland beweren.


<< naar Verpleegkunde & Psychiatrie